Terug naar hoofdinhoud

“Geven, nemen en elkaar vrijlaten”

Bram en Ad Boelhouwers zestig jaar getrouwd



“Geven, nemen en elkaar vrijlaten”
Bram en Ad in hun tuin aan de Volkerakweg in Heijningen voor enkele zelf gestekte planten.
Eén ding wist ze zeker: als Zwingelspaanse zou ze nooit voor een jongen uit ‘de Fendert’ kiezen. Vrijdag 17 juni vierde Ad dat ze 60 jaar getrouwd was met Bram Boelhouwers, een geboren Fendertsman. Ze beleefden samen een mooie, maar vermoeiende dag met bezoek van burgemeester Aart-Jan Moerkerke, een gezellig etentje én als kers op de taart: een brief van de koning en koningin.

Ad, door iedereen aangesproken als Adje, werd 81 jaar geleden geboren in Zwingelspaan. Bram is 79 jaar. “Ik kreeg dus twee jaar eerder mijn AOW dan Bram,” merkt Ad lachend op. “Ik ben meteen gaan winkelen.”
Ze ontmoetten elkaar in cafetaria Van der Giesen aan de Voorstraat in Fijnaart. Dé ontmoetingsplaats van de jaren zestig. “Verder had je niets in de Fendert,” vertelt Bram. “Daar zat alle jeugd.” De cafetaria had een jukebox en een knikkerautomaat, waar Bram als jonge jongen al graag kwam. “We hadden toen papieren dubbeltjes. Die namen we mee van school en die pasten precies in de knikkerautomaat.”

De vonk
Ad kwam met een groepje vrienden op de fiets vanuit Zwingelspaan. Van liefde op het eerste gezicht was geen sprake. “De vonk sloeg niet gelijk over hoor,”, zegt Ad lachend. “Ik heb altijd gezegd: ‘Ik moet niemand uit de Fendert’. Dat krijg ik nu nog weleens te horen.” Ze trok veel op met een andere jongen. “We gingen samen naar de catechisatie en naar de Oranje Garde. Alles samen, maar voor de rest was er niets.” Met Bram ging het heel anders. “Dat ging automatisch.”
Bram stelde voor om met Ad mee naar huis te rijden. Zij wilde daar niets van weten. “Ik zei: ‘Ben je nou? We zijn toch met een hele groep? Waarom moet je dan mee?’. Dat vond ik een beetje gek.” Maar de fietstochtjes werden verkering en de verkering uiteindelijk een huwelijk.

Kinderen en kleinkinderen
Toen Bram en Ad in 1966 trouwden, zat Bram nog in militaire dienst. Het jonge echtpaar trok in bij Brams ouders aan de Molenstraat in Fijnaart. Een paar jaar later verhuisden zij naar de Drogedijk in Zwingelspaan. Daar woonden ze vijftien jaar.
In Zwingelspaan werden ook hun kinderen geboren: Kees in 1971 en Hilda in 1974. Daarna verhuisde het gezin naar de Volkerakweg in Heijningen, waar Bram en Ad inmiddels al 43 met veel plezier wonen. Daar kwamen later drie kleinkinderen bij.

Scheepsbouwer
De verhuizing naar Heijningen had alles te maken met Brams werk. “Ik was compleet scheepsbouwer,” vertelt hij. “Van het uitzetten van een schip tot de beplating en de vormen: daar heb ik altijd ingezeten.”
Bram werkte eerst in Alblasserdam en na militaire dienst in de marinebouw, waar mijnenvegers werden omgebouwd. Dat werk was streng beveiligd. “De hele familie werd gescreend.”
In 1969 begon Bram bij Scheepswerf Stapel op industrieterrein Dintelmond. Daar werkte hij achttien jaar, onder meer als leidinggevende van zo’n 35 man. Hij werd voor zijn werk uitgezonden naar Zuid-Frankrijk, waar schepen op de Rhône werden opgebouwd, en naar Saudi-Arabië, aan de Perzische Golf, voor reparatiewerk. Ook werkte hij dag en nacht aan de Oosterscheldewerken. Toen Scheepswerf Stapel plotseling de deuren sloot, ging Bram verder bij Akkermans op industrieterrein Moerdijk. Daarna werkte hij bij MCS Plaat- & Constructiewerk. Zelfs na zijn officiële pensioen op zijn zestigste en acht maanden, werd hij nog jaren gevraagd om bij te springen als uitvoerder bij grote onderhoudsstops.

Van gezinshulp tot appels plukken
Ad begon al jong met werken. Als 17-jarig meisje ging zij aan de slag in de gezinshulp, bij een boerengezin met acht kinderen. “Dat vergeet je nooit,” vertelt ze. “Je moest het hele huishouden draaiende houden. Je begon om zeven uur ’s morgens en pas om acht uur ’s avonds kon je naar huis, als de jongste kinderen op bed lagen.”
Ze werkte ook in het rusthuis. Maar toen zij trouwde, moest zij stoppen. “Vroeger lag je er als vrouw uit als je ging trouwen. Dan mocht je niet meer komen werken. Je moest alleen maar kinderen krijgen, zeiden ze dan.” Ad bleef echter niet stilzitten. Ze ging schoonmaken en hielp bij het plukken van appels en peren.
Later zette zij zich veel in als vrijwilliger, onder andere voor het kruiswerk. Overbuurvrouw wijkzuster Els Meeuwisse vroeg haar regelmatig om polshoogte te nemen bij mensen waarvan zij dacht dat die wel wat extra aandacht of zorg konden gebruiken.

Konijnen als rode draad
In het leven van Bram spelen konijnen al heel lang een belangrijke rol. Zijn vader hield deze dieren al en na zijn militaire dienst begon Bram er zelf mee. Inmiddels is hij 58 jaar lid van de bond en al jaren secretaris van Kleindierenvereniging Brabantse Westhoek. Die vereniging ontstond in de jaren tachtig uit een fusie van de Fijnaartse Verenigde Vlaamse Reuzen en Pels en Pluim uit Klundert.
“Tijdens de oorlog kwamen er veel kleindierenverenigingen bij,” legt Bram uit. “Postduiven mochten van de Duitsers niet meer gehouden worden, omdat ze gebruikt konden worden om briefjes rond te sturen. Daarom gingen veel duivenhouders over op konijnen.”
Brabantse Westhoek bestaat nog steeds, al is de vereniging veel kleiner geworden. Met zestien à zeventien leden organiseren zij jaarlijks een eendagskeuring in ’t Onderdak. Bram heeft zelf nog altijd zo’n dertig konijnen en is daarnaast fanatiek met het stekken van planten.

Het geheim
Wat is nu het geheim van zestig jaar huwelijk? Ad zegt na kort nadenken: “Geven, nemen en elkaar vrijlaten. Hij doet zijn dingen en ik de mijne.”
Dat vrijlaten klinkt ook door in een klein, grappig detail van de feestdag. Bram loopt thuis altijd op zijn sloffen. “Toen de burgemeester op bezoek kwam, zei onze schoondochter Miranda tegen Bram dat hij zijn schoenen aan moest trekken,” vertelt Ad. “Dat deed hij nog ook. Wat mij nooit gelukt is, kreeg de burgemeester wel voor elkaar.”

Feestdag
Op de feestdag kwamen Kees en Hilda al vroeg langs om een boog buiten te zetten en vlaggen op te hangen. “Vroeger waren we met z’n vieren en nu dus weer,” zegt Ad. Toen de kinderen vertrokken waren, dacht ze even dat er rust zou komen. “Ik had nog niet gezegd: ‘Eindelijk rust’ of er kwamen alweer anderen binnen.”
Zo ging het de hele dag door. De dag werd afgesloten met een etentje bij Brasserie Overstag aan de Noordschans, samen met de kinderen, kleinkinderen en aanhang.
Naast de vele felicitaties ontvingen Bram en Ad ook een brief mét staatsieportret van de koning en koningin, een felicitatie van de commissaris van de Koning van Noord-Brabant en een attentie van de gemeente Moerdijk.
Zestig jaar na die eerste voorzichtige fietstochtjes vanuit Fijnaart naar Zwingelspaan is de liefde tussen Bram en Ad alleen maar gegroeid. Zo staat ook op hun trouwkaart te lezen: ‘Liefde die groeide met de tijd. Dankbaar dat we dit mogen delen. Niet alleen, maar samen met iedereen’.  

Advertenties