Soep, zaagsel en sirenes in Jan Punthof
Ingezonden brief

Vorige week woensdag was het weer zover: onze tweewekelijkse kookavond in Jan Punthof. Een activiteit waar tien dames – en wijzelf misschien nog wel het meest – iedere keer naar uitkijken. Samen met mijn kookmaatje Monique van Est verzinnen we altijd iets lekkers. Deze keer twijfelde ik zelfs of ik de soep niet alvast thuis zou maken. Maar ja… we willen de dames natuurlijk ook iets te snijden en schillen geven. Bezig blijven is ook gezellig.
Nét op het moment dat ik de keramische kookplaat aanzette, ging ineens het brandalarm loeien. Ik dacht nog: zou het aan mijn kookkunsten liggen? Maar zo erg kan het toch niet zijn. Dus liep ik door de gang, van deur naar deur snuffelend als een soort ongetrainde speurhond. En ja hoor: bij een oudere meneer kwam er een stevige rookpluim uit de keuken. Hij was zijn pannetje op de inductieplaat vergeten. Kan gebeuren.
Monique stond ondertussen als een volleerde overgangsvrouw te wapperen bij de rookmelder, in de hoop dat het alarm zou stoppen. Bij meneer lukte dat, maar in de gang bleef de sirene vrolijk doorgillen. En als de liften blokkeren, dan staat de halve residentie vast – rollators en scootmobielen inclusief. Gelukkig hadden ze al gehoord dat het vals alarm was, maar toch.
Dan de alarmeringskast. Die bleek een code nodig te hebben om te resetten. Maar ja… wie heeft die code? Wie moet je bellen? De brandweer? De paus? Dus belden wij brandweerman Jan Willem Sanders. Die stuurde ons door naar Fendertshof, want daar zou een boek liggen met een code. De receptie werd gebeld, maar daar ontstond verwarring omdat er een Monique bleek te werken. Ondertussen rende de powervrouw van Surplus vele kilometers van hot naar her, om er vervolgens achter te komen dat ze naar de verkeerde locatie onderweg was.
Na 45 minuten verscheen gelukkig Benny Traets, de held van oma, die is van de brandweer, mét de code. Eindelijk werd het stil. De dame van Surplus kon bijkomen en wij konden verder met koken – al smaakte de soep volgens één dame naar zaagsel en vond een ander de boontjes nog net iets te knapperig.
Maar tijdens het eten vroegen Monique en ik aan de dames: “Weten jullie eigenlijk wat jullie moeten doen bij échte brand?”
Het antwoord was, zacht gezegd, niet helemaal scherp.
Blijkbaar moet iedereen op het balkon gaan staan en dan wachten op hulp. Maar eerlijk… als zelfs wij – die er nota bene elke twee weken rondlopen – al van het kastje naar de muur worden gestuurd, hoe moet een 80-plusser dan weten wat te doen?
In mijn ogen mogen er sneller stappen gemaakt worden met het verbouwen/nieuwbouwen van het gebouw Jan Punthof. In dit gebouw zijn teveel risico’s.
Daarom mijn oproep:
Beste Woonkwartier, Fendertshof en Gemeente of wie er ook maar over gaat, willen jullie alsjeblieft écht kijken naar hoe deze procedures verbeterd kunnen worden?
– Duidelijke stappen op papier, zichtbaar bij de ingang.
– Heldere afspraken wie er gebeld moet worden.
– Misschien zelfs een oefenmoment samen met brandweer en Surplus.
En aan alle familie, buren en vrienden van de bewoners van Jan Punthof:
Leg je ouders of naasten eens uit hoe het werkt wanneer dat alarm afgaat.
Ik schrijf dit met een knipoog, maar de kern is serieus. We willen samen veilig wonen én genieten. Met soep die naar soep smaakt en niet naar paniek of zaagsel.


