Van de redactie
Rotonde…wie vond de rotonde uit?

Al best een tijdje ben ik gefascineerd door uitvindingen. Niet het eindresultaat – de daadwerkelijke uitvinding – maar meer de (om)weg er naar toe.
Intussen is er veel bedacht, ontworpen en vervaardigd. En werden uitvinders vereerd met een standbeeld, straatnaam of plein. In de Uitvinders-Hall of Fame is het dringen geblazen. Wie staat waar, hoe werkt dat? Is Leonardo da Vinci de buurman van de uitvinder van het nagelschaartje? En de bedenker van het afvoerputje? Staat die tussen Alfred Nobel en Thomas Edison?
Ik heb grote bewondering voor de uitvinder van de regenpijp. Kom er maar eens op! Bestond de dakgoot tijdens zijn of haar denkproces eigenlijk al? Was het meteen kat in het bakkie? Of gingen er een hoop vloeken en natte pakken vooraf aan het verkrijgen van het dikverdiende patent.
Afgelopen zomer waren we in Spanje. Met de auto. Om op de plek van bestemming te komen, moesten we honderden hindernissen trotseren. Gelukkig leerde juffrouw van den Berg me in een ver verleden goed tellen, maar zelfs de navigatie kreeg de hik van dan weer de zesde, dan weer de vierde en dan weer de zoveelste te nemen afslag. Zou de Britse architect John Wood, the Elder deze draaierige gevolgen driehonderd jaar geleden hebben voorzien? Of lukte het hem gewoonweg niet om met zijn passer een kruispunt te tekenen?
In de Fendert ben ik met de maximaal twee ronde verkeerspleintjes best tevreden. Al hou ik m’n hart vast. Dat met het huidige motto “W’ebbe dur un neus voor” geen slapende honden worden wakker gemaakt.
Albert Bienefelt


